Handelingen 7:9
“En de aartsvaders, door afgunst bewogen, verkochten Jozef naar Egypte; maar God was met hem,”
Kruisverwijzingen
Context
Handelingen 7 — omringende verzen
Toen trok hij uit het land der Chaldeeën en woonde in Haran; en vandaar, toen zijn vader gestorven was, deed Hij hem verhuizen naar dit land waarin u nu woont.
5En Hij gaf hem daarin geen erfenis, zelfs geen voetbreed; maar Hij beloofde dat Hij het hem tot een bezit zou geven, en aan zijn nageslacht na hem, terwijl hij nog geen kind had.
6En God sprak aldus: dat zijn nageslacht vreemdeling zou zijn in een vreemd land, en dat zij hen in dienstbaarheid zouden brengen en slecht zouden behandelen, vierhonderd jaar lang.
7En het volk aan wie zij dienstbaar zullen zijn, zal Ik oordelen, zei God; en daarna zullen zij uittrekken en Mij dienen op deze plaats.
8En Hij gaf hem het verbond der besnijdenis; en zo verwekte Abraham Izak en besneed hem op de achtste dag; en Izak verwekte Jakob, en Jakob verwekte de twaalf aartsvaders.
En de aartsvaders, door afgunst bewogen, verkochten Jozef naar Egypte; maar God was met hem,
En verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en gaf hem genade en wijsheid voor het aangezicht van Farao, koning van Egypte; en hij stelde hem tot bestuurder over Egypte en over heel zijn huis.
11Nu kwam er hongersnood over heel het land Egypte en Kanaän, en grote verdrukking; en onze vaders vonden geen levensmiddelen.
12Maar toen Jakob hoorde dat er koren in Egypte was, zond hij onze vaders voor de eerste keer uit.
13En bij de tweede keer werd Jozef aan zijn broeders bekend gemaakt, en het geslacht van Jozef werd bekend aan Farao.
14Toen zond Jozef bericht en ontbood zijn vader Jakob bij zich, en heel zijn geslacht, vijfenzeventig zielen.