Hebreeën 11:1
“Het geloof nu is de vaste grond der dingen die men hoopt, het bewijs van de zaken die men niet ziet.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 11 — omringende verzen
Het geloof nu is de vaste grond der dingen die men hoopt, het bewijs van de zaken die men niet ziet.
Want daardoor hebben de ouden een goed getuigenis verkregen.
3Door het geloof verstaan wij dat de werelden door het woord van God tot stand zijn gebracht, zodat de dingen die men ziet, niet zijn ontstaan uit zichtbare dingen.
4Door het geloof heeft Abel God een beter offer gebracht dan Kaïn, waardoor hij het getuigenis verkreeg dat hij rechtvaardig was, want God getuigde van zijn gaven; en door dat geloof spreekt hij nog, hoewel hij gestorven is.
5Door het geloof werd Enoch weggenomen zodat hij de dood niet zou zien, en hij werd niet gevonden, omdat God hem had weggenomen; want vóór zijn wegneming had hij het getuigenis ontvangen dat hij God behaagd had.
6Maar zonder geloof is het onmogelijk Hem te behagen; want wie tot God nadert, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij een beloner is van hen die Hem ernstig zoeken.