Hebreeën 13:10
“Wij hebben een altaar waarvan zij die de tabernakel dienen, geen recht hebben te eten.”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 13 — omringende verzen
Laat uw wandel zonder geldzucht zijn, en weest tevreden met hetgeen gij hebt; want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven en Ik zal u geenszins verlaten.
6Zodat wij vrijmoedig mogen zeggen: De Heer is mijn Helper, en ik zal niet vrezen wat een mens mij doen zal.
7Gedenkt uw voorgangers die het Woord Gods tot u gesproken hebben; overweegt het einde van hun wandel en volgt hun geloof na.
8Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.
9Laat u niet meeslepen door allerlei en vreemde leringen. Want het is goed dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, die hen die daarmee omgaan, geen nut gedaan hebben.
Wij hebben een altaar waarvan zij die de tabernakel dienen, geen recht hebben te eten.
Want de lichamen van die dieren waarvan het bloed voor de zonde door de hogepriester in het heiligdom gebracht wordt, worden buiten de legerplaats verbrand.
12Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij het volk door Zijn eigen bloed zou heiligen, buiten de poort geleden.
13Laten wij dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen.
14Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.
15Laten wij dan door Hem God voortdurend een offer van lof brengen, dat is de vrucht van lippen die Zijn Naam belijden.