VSV
StatenvertalingHebreeën 5:1
“Want elke hogepriester die uit de mensen genomen wordt, wordt aangesteld voor de mensen in de dingen die God aangaan, opdat hij zowel gaven als offers voor de zonden zou brengen;”
Kruisverwijzingen
Context
Hebreeën 5 — omringende verzen
1
2Want elke hogepriester die uit de mensen genomen wordt, wordt aangesteld voor de mensen in de dingen die God aangaan, opdat hij zowel gaven als offers voor de zonden zou brengen;
Die medelijden kan hebben met de onwetenden en dwalenden, daar hijzelf ook met zwakheid omvangen is.
3En daarom moet hij, zoals voor het volk, zo ook voor zichzelf offers brengen voor de zonden.
4En niemand neemt deze eer voor zichzelf, maar wie door God geroepen wordt, zoals Aäron.
5Zo heeft ook Christus Zichzelf niet verheerlijkt om Hogepriester te worden, maar Hij Die tot Hem zei: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
6Zoals Hij ook op een andere plaats zegt: U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.