Hooglied 5:15
“Zijn benen zijn als marmeren pilaren, geplaatst op voetstukken van fijn goud; zijn gedaante is als de Libanon, treffelijk als de ceders.”
Kruisverwijzingen
Context
Hooglied 5 — omringende verzen
Mijn geliefde is blank en blozend, de voornaamste onder tienduizend.
11Zijn hoofd is als het fijnste goud; zijn lokken zijn golvend en zwart als een raaf.
12Zijn ogen zijn als de ogen van duiven aan de waterstromen, gewassen in melk en passend gezet.
13Zijn wangen zijn als een bed van specerijen, als geurige bloemen; zijn lippen als lelies, druipende van vloeiende mirre.
14Zijn handen zijn als gouden ringen bezet met turkoois; zijn buik als blinkend ivoor, overdekt met saffieren.
Zijn benen zijn als marmeren pilaren, geplaatst op voetstukken van fijn goud; zijn gedaante is als de Libanon, treffelijk als de ceders.
Zijn mond is vol zoetheid; ja, hij is geheel en al begeerlijk. Dit is mijn geliefde en dit is mijn vriend, o dochters van Jeruzalem.