Hooglied 6:11
“Ik daalde neer in de notentuin om de vruchten van het dal te zien, en om te zien of de wijnstok bloeide en de granaatappelen in knop stonden.”
Kruisverwijzingen
Context
Hooglied 6 — omringende verzen
Uw tanden zijn als een kudde schapen die opkomen uit de wasplaats, waarvan elke ooi tweelingen draagt en er geen onvruchtbare onder is.
7Als een stuk granaatappel zijn uw slapen achter uw sluier.
8Er zijn zestig koninginnen en tachtig bijvrouwen en maagden zonder getal.
9Maar mijn duif, mijn volmaakte, is de enige; zij is de enige van haar moeder, de uitverkorene van haar die haar gebaard heeft. De dochters zagen haar en prezen haar gelukkig; de koninginnen en de bijvrouwen prezen haar.
10Wie is zij, die voortkomt als de dageraad, schoon als de maan, helder als de zon, ontzagwekkend als een leger met banieren?
Ik daalde neer in de notentuin om de vruchten van het dal te zien, en om te zien of de wijnstok bloeide en de granaatappelen in knop stonden.
Eer ik het wist, had mijn ziel mij gezet op de wagens van het edele volk.
13Keer terug, keer terug, o Sulamiet; keer terug, keer terug, opdat wij u mogen aanschouwen. Wat zult gij zien in de Sulamiet? Als het ware de dans van twee heerleger scharen.