Hooglied 8:10
“Ik ben een muur, en mijn borsten als torens; toen was ik in zijn ogen als een die vrede gevonden heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Hooglied 8 — omringende verzen
Wie is zij, die opkomt uit de woestijn, leunende op haar geliefde? Ik wekte u op onder de appelboom; daar baarde uw moeder u, daar baarde zij u die u gebaard heeft.
6Zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm; want de liefde is sterk als de dood, de ijver is wreed als het graf; haar gloed is een gloed van vuur, een zeer hevige vlam.
7Vele wateren kunnen de liefde niet blussen, en rivieren kunnen haar niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor de liefde, hij zou ten enenmale veracht worden.
8Wij hebben een kleine zuster, en zij heeft geen borsten; wat zullen wij voor onze zuster doen op de dag dat over haar gesproken wordt?
9Als zij een muur is, zullen wij op haar een zilveren paleis bouwen; en als zij een deur is, zullen wij haar omschotten met cederen planken.
Ik ben een muur, en mijn borsten als torens; toen was ik in zijn ogen als een die vrede gevonden heeft.
Salomo had een wijngaard te Baäl-hamon; hij gaf de wijngaard aan wachters over; ieder zou voor zijn vruchten duizend zilverstukken brengen.
12Mijn eigen wijngaard is voor mij; gij, o Salomo, zult de duizend hebben, en de wachters van zijn vruchten tweehonderd.
13Gij die in de hoven woont, de vrienden luisteren naar uw stem; laat mij haar horen.
14Vlied, mijn geliefde, en wees als een ree of als een jong hert op de bergen van specerijen.