Terug naar Hosea 10
VSV
Statenvertaling

Hosea 10:9

O Israël, gij hebt gezondigd vanaf de dagen van Gibea; daar stonden zij; de strijd in Gibea tegen de kinderen der ongerechtigheid heeft hen niet achterhaaldt.

Kruisverwijzingen

Context

Hosea 10 — omringende verzen

4

Zij hebben woorden gesproken, valse eden zwerendin het sluiten van een verbond; zo schiet het oordeel op als alsem in de voren van het veld.

5

De inwoners van Samaria zullen vrezen vanwege de kalveren van Beth-Aven; want het volk daarover zal treuren, en de priesters die er zich over verheugden, vanwege de heerlijkheid ervan, omdat die ervan is geweken.

6

Het zal ook naar Assyrië worden gevoerd als een geschenk voor koning Jareb; Efraïm zal schaamte ontvangen, en Israël zal beschaamd worden over zijn eigen raad.

7

Wat Samaria betreft, haar koning is afgesneden als schuim op het water.

8

Ook de offerhoogten van Aven, de zonde van Israël, zullen worden verwoest; doorn en distel zullen opkomen op hun altaren; en zij zullen zeggen tot de bergen: Bedek ons; en tot de heuvelen: Val op ons.

9

O Israël, gij hebt gezondigd vanaf de dagen van Gibea; daar stonden zij; de strijd in Gibea tegen de kinderen der ongerechtigheid heeft hen niet achterhaaldt.

10

Het is mijn begeerte dat Ik hen zou tuchtigen; en de volken zullen tegen hen vergaderd worden, wanneer zij zichzelf zullen binden in hun twee voren.

11

En Efraïm is als een getemde vaars die gaarne dorst; maar Ik ging over haar schone nek; Ik zal Efraïm laten rijden; Juda zal ploegen en Jakob zijn kluiten breken.

12

Zaait u in gerechtigheid, maait in barmhartigheid; breekt uw braakland om; want het is tijd om de HEER te zoeken, totdat Hij komt en gerechtigheid op u regent.

13

Gij hebt boosheid geploegd, gij hebt ongerechtigheid geoogst; gij hebt de vrucht der leugen gegeten; omdat gij vertrouwde op uw weg, op de veelheid van uw machtigen.

14

Daarom zal er een oproer ontstaan onder uw volk, en al uw vestingen zullen worden geplunderd, zoals Salman Beth-Arbel verwoestte op de dag des strijds; de moeder werd verpletterd op de kinderen.