Hosea 2:1
“Zeg tot uw broeders: Ammi; en tot uw zusters: Ruhama.”
Kruisverwijzingen
Context
Hosea 2 — omringende verzen
Zeg tot uw broeders: Ammi; en tot uw zusters: Ruhama.
Twist met uw moeder, twist; want zij is mijn vrouw niet, en Ik ben haar man niet; laat zij dan haar hoererijen van haar aangezicht wegdoen, en haar overspelen van tussen haar borsten;
3Opdat Ik haar niet naakt uitklede en haar stelle zoals op de dag dat zij geboren werd, en haar make als een woestijn, en haar stelle als een droog land, en haar doe sterven van dorst.
4En Ik zal haar kinderen niet barmhartig zijn; want zij zijn kinderen van hoererijen.
5Want hun moeder heeft hoererij bedreven; zij die hen heeft ontvangen, heeft zich schandelijk gedragen; want zij zei: Ik zal mijn minnaars nagaan, die mij mijn brood en mijn water geven, mijn wol en mijn vlas, mijn olie en mijn drank.
6Daarom, zie, Ik zal uw weg met doornen versperen, en Ik zal een muur oprichten, zodat zij haar paden niet zal vinden.