Terug naar Hosea 5
VSV
Statenvertaling

Hosea 5:6

Zij zullen gaan met hun kudden schapen en hun kudden runderen om de HEER te zoeken, maar zij zullen Hem niet vinden; Hij heeft Zich van hen teruggetrokken.

Kruisverwijzingen

Context

Hosea 5 — omringende verzen

1

Hoort dit, gij priesters; en merkt op, gij huis van Israël; en neigt het oor, gij huis des konings; want het oordeel is over u, omdat gij een strik geworden zijt op Mizpa, en een net uitgespreid op de Tabor.

2

En de afvalligen zijn diep gegaan in het aanrichten van slachting, hoewel Ik een bestraffer van hen allen geweest ben.

3

Ik ken Efraïm, en Israël is voor Mij niet verborgen; want nu, o Efraïm, bedrijft u hoererij, en Israël heeft zichzelf verontreinigd.

4

Zij richten hun daden niet in om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in hun midden, en de HEER hebben zij niet gekend.

5

En de trots van Israël getuigt hem in zijn aangezicht; daarom zullen Israël en Efraïm vallen door hun ongerechtigheid; ook Juda zal met hen vallen.

6

Zij zullen gaan met hun kudden schapen en hun kudden runderen om de HEER te zoeken, maar zij zullen Hem niet vinden; Hij heeft Zich van hen teruggetrokken.

7

Zij hebben trouweloos gehandeld tegen de HEER; want zij hebben vreemde kinderen verwekt; nu zal een maand hen verslinden met hun erfdelen.

8

Blaas de hoorn in Gibea, en de bazuin in Rama; sla alarm in Beth-Aven; achter u, o Benjamin!

9

Efraïm zal tot een woestenij worden op de dag der bestraffing; onder de stammen van Israël heb Ik bekendgemaakt wat zeker geschieden zal.

10

De vorsten van Juda zijn gelijk aan hen die de grenspaal verplaatsen; daarom zal Ik Mijn toorn over hen uitgieten als water.

11

Efraïm is onderdrukt en geknakt in het gericht, omdat hij willens en wetens de geboden nagelopen heeft.