Jakobus 2:3
“En gij slaat acht op degene die de schitterende kleding draagt en zegt tot hem: Zit gij hier op een goede plaats; en zegt tot de arme: Sta gij daar, of zit hier onder mijn voetbank;”
Kruisverwijzingen
Context
Jakobus 2 — omringende verzen
Mijn broeders, hebt het geloof in onze Heer Jezus Christus, de Heer der heerlijkheid, niet met aanzien des persoons.
2Want als er in uw samenkomst een man binnenkomt met een gouden ring, in mooie kleding, en er ook een arme binnenkomt in smerige kleding;
En gij slaat acht op degene die de schitterende kleding draagt en zegt tot hem: Zit gij hier op een goede plaats; en zegt tot de arme: Sta gij daar, of zit hier onder mijn voetbank;
Zijt gij dan niet partijdig onder uzelf en zijt rechters geworden met boze overwegingen?
5Hoort, mijn geliefde broeders: heeft God niet de armen van deze wereld uitverkoren, rijk in geloof en erfgenamen van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben?
6Maar gij hebt de arme veracht. Onderdrukken de rijken u niet, en slepen zij u niet voor de rechterstoel?
7Lasteren zij niet de waardige naam waarmee gij geroepen zijt?
8Als gij de koninklijke wet vervult naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wel;