Jakobus 2:9
“Maar als gij de persoon aanziet, begaat gij zonde en wordt door de wet als overtreders veroordeeld.”
Kruisverwijzingen
Context
Jakobus 2 — omringende verzen
Zijt gij dan niet partijdig onder uzelf en zijt rechters geworden met boze overwegingen?
5Hoort, mijn geliefde broeders: heeft God niet de armen van deze wereld uitverkoren, rijk in geloof en erfgenamen van het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben?
6Maar gij hebt de arme veracht. Onderdrukken de rijken u niet, en slepen zij u niet voor de rechterstoel?
7Lasteren zij niet de waardige naam waarmee gij geroepen zijt?
8Als gij de koninklijke wet vervult naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan doet gij wel;
Maar als gij de persoon aanziet, begaat gij zonde en wordt door de wet als overtreders veroordeeld.
Want wie de gehele wet zal houden en toch in één punt struikelt, die is schuldig aan alles.
11Want Hij die gezegd heeft: Pleeg geen overspel, heeft ook gezegd: Dood niet. Indien gij nu geen overspel pleegt, maar toch doodt, dan zijt gij een overtreder van de wet geworden.
12Spreekt aldus en handelt aldus, als zij die geoordeeld zullen worden door de wet der vrijheid.
13Want hij zal een oordeel zonder barmhartigheid ontvangen die geen barmhartigheid getoond heeft; en de barmhartigheid verheft zich over het oordeel.
14Wat baat het, mijn broeders, als iemand zegt dat hij geloof heeft maar geen werken heeft? Kan het geloof hem behouden?