Jakobus 4:6
“Maar Hij geeft meer genade. Daarom zegt Hij: God weerstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”
Kruisverwijzingen
Context
Jakobus 4 — omringende verzen
Vanwaar komen oorlogen en twisten onder u? Komen zij niet hieruit, namelijk uit uw begeerten die strijd voeren in uw leden?
2U begeert en hebt niet; u doodt en ijvert vurig, maar u kunt het niet verkrijgen; u strijdt en voert oorlog, maar u hebt niet, omdat u niet bidt.
3U bidt en ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, om het op uw begeerten door te brengen.
4Overspelers en overspeelsters, weet u niet dat de vriendschap van de wereld vijandschap met God is? Wie dan een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich tot een vijand van God.
5Of meent u dat de Schrift tevergeefs zegt: De geest die in ons woont, begeert met nijd?
Maar Hij geeft meer genade. Daarom zegt Hij: God weerstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
Onderwerp u dan aan God. Weerstaat de duivel, en hij zal van u vluchten.
8Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinigt uw handen, zondaars, en zuivert uw harten, gij dubbelhartigen.
9Wees bedroefd, treurt en weent; laat uw lachen veranderen in rouw, en uw blijdschap in neerslachtigheid.
10Vernedert u voor het aangezicht van de Heer, en Hij zal u verhogen.
11Spreekt geen kwaad van elkaar, broeders. Wie kwaad spreekt van zijn broeder en zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt de wet; maar indien u de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet, maar een rechter.