Terug naar Jeremia 11
VSV
Statenvertaling

Jeremia 11:17

Want de HEER der heerscharen, die u geplant heeft, heeft het onheil over u uitgesproken, vanwege het kwaad van het huis van Israël en van het huis van Juda, dat zij zichzelf hebben aangedaan om Mij te tarten door reukoffers te branden aan Baäl.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 11 — omringende verzen

12

Dan zullen de steden van Juda en de inwoners van Jeruzalem heengaan en roepen tot de goden aan wie zij reukoffers brengen; maar zij zullen hen in de tijd van hun benauwdheid geenszins redden.

13

Want naar het getal van uw steden waren uw goden, o Juda; en naar het getal van de straten van Jeruzalem hebt gij altaren opgericht voor die schande, altaren om reukoffers te branden aan Baäl.

14

Bidt dan niet voor dit volk, en heft geen geroep of gebed voor hen op; want Ik zal niet horen in de tijd dat zij tot Mij roepen vanwege hun benauwdheid.

15

Wat heeft Mijn geliefde in Mijn huis te maken, nu zij schandelijkheid met velen bedreven heeft, en het heilige vlees van u geweken is? Als gij kwaad doet, dan verblijdt gij u.

16

De HEER noemde uw naam: Een groene olijfboom, schoon en van goede vrucht; met het gedruis van een grote beroering heeft Hij er vuur op aangestoken, en zijn takken zijn gebroken.

17

Want de HEER der heerscharen, die u geplant heeft, heeft het onheil over u uitgesproken, vanwege het kwaad van het huis van Israël en van het huis van Juda, dat zij zichzelf hebben aangedaan om Mij te tarten door reukoffers te branden aan Baäl.

18

En de HEER heeft mij er kennis van gegeven, en ik weet het; toen hebt U mij hun daden getoond.

19

Maar ik was als een lam of een os dat ter slachting gebracht wordt; en ik wist niet dat zij plannen tegen mij beraamd hadden, zeggende: Laat ons de boom met zijn vrucht verderven, en laat ons hem afsnijden van het land der levenden, zodat zijn naam niet meer gedacht wordt.

20

Maar, o HEER der heerscharen, die rechtvaardig oordeelt, die de nieren en het hart beproeft, laat mij Uw wraak op hen zien; want aan U heb ik mijn zaak onthuld.

21

Daarom, zo zegt de HEER aangaande de mannen van Anathoth, die uw leven zoeken en zeggen: Profeteer niet in de naam van de HEER, opdat gij niet sterft door onze hand —

22

Daarom, zo zegt de HEER der heerscharen: Zie, Ik zal hen straffen; de jonge mannen zullen sterven door het zwaard, hun zonen en hun dochters zullen sterven door de honger;