Terug naar Jeremia 13
VSV
Statenvertaling

Jeremia 13:18

Zegt tot de koning en tot de koningin: Vernedert u, zet u neer; want uw heerschappij zal neervallen, de kroon van uw heerlijkheid.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 13 — omringende verzen

13

Dan zult gij tot hen zeggen: Zo zegt de HEER: Zie, Ik zal alle inwoners van dit land vullen met dronkenschap, de koningen die op Davids troon zitten, de priesters en de profeten en alle inwoners van Jeruzalem.

14

En Ik zal hen de een tegen de ander verbrijzelen, vaders en zonen tesamen, spreekt de HEER; Ik zal niet sparen, Ik zal geen medelijden hebben noch erbarmen, maar hen verdelgen.

15

Hoort en neigt het oor; weest niet hoogmoedig, want de HEER heeft gesproken.

16

Geeft eer aan de HEER, uw God, voordat Hij duisternis brengt en voordat uw voeten struikelen op de donkere bergen; en terwijl gij uitziet naar het licht, maakt Hij het tot een schaduw des doods en verandert het in dikke duisternis.

17

Maar indien gij niet luistert, zal mijn ziel in het verborgene wenen om uw hoogmoed; en mijn oog zal bitterlijk wenen en tranen storten, omdat de kudde van de HEER in ballingschap weggevoerd wordt.

18

Zegt tot de koning en tot de koningin: Vernedert u, zet u neer; want uw heerschappij zal neervallen, de kroon van uw heerlijkheid.

19

De steden van het zuiden zullen gesloten worden en niemand zal ze openen; geheel Juda zal weggevoerd worden in ballingschap, het zal volledig weggevoerd worden.

20

Heft uw ogen op en ziet hen die komen uit het noorden. Waar is de kudde die u gegeven was, uw heerlijke kudde?

21

Wat zult gij zeggen wanneer Hij u zal straffen? Want gij hebt hen gewend aan de heerschappij over u als aanvoerders. Zullen de weeën u niet grijpen als een vrouw in barensnood?

22

En indien gij in uw hart zegt: Waarom zijn mij deze dingen overkomen? Vanwege de grootheid van uw ongerechtigheid zijn uw rokken ontbloot en uw hielen onthuld.

23

Kan de Ethiopiër zijn huid veranderen, of de luipaard zijn vlekken? Dan zou gij ook goed kunnen doen, gij die gewend zijt kwaad te doen.