Jeremia 16:2
“Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult in deze plaats geen zonen of dochters hebben.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 16 — omringende verzen
Het woord des HEREN kwam ook tot mij, zeggende:
Gij zult u geen vrouw nemen, en gij zult in deze plaats geen zonen of dochters hebben.
Want zo zegt de HEER betreffende de zonen en betreffende de dochters die in deze plaats geboren worden, en betreffende hun moeders die hen gebaard hebben, en betreffende hun vaders die hen verwekt hebben in dit land:
4Zij zullen sterven aan smadelijke doden; zij zullen niet beklaagd worden en niet begraven worden; maar zij zullen zijn als mest op de oppervlakte van de aarde. En zij zullen omkomen door het zwaard en door de honger; en hun lichamen zullen tot spijs zijn voor de vogels des hemels en voor de dieren der aarde.
5Want zo zegt de HEER: Ga het rouwhuis niet in, en ga niet heen om te weeklagen of hen te beklagen; want Ik heb Mijn vrede van dit volk weggenomen, spreekt de HEER, ook de goedertierenheid en de barmhartigheden.
6Zowel de groten als de kleinen zullen sterven in dit land; zij zullen niet begraven worden, en men zal geen rouwklacht over hen aanheffen, noch zichzelf kerven, noch zichzelf kaal maken voor hen.
7Men zal zichzelf ook niet als rouwdragende bespijzigen om hen te troosten voor de dode; men zal hun ook de troostesbeker niet te drinken geven voor hun vader of voor hun moeder.