Terug naar Jeremia 17
VSV
Statenvertaling

Jeremia 17:19

Zo zei de HEER tot mij: Ga en stel u op bij de poort der kinderen van het volk, waardoor de koningen van Juda in- en uitgaan, en bij alle poorten van Jeruzalem;

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 17 — omringende verzen

14

Genees mij, o HEER, en ik zal genezen worden; red mij, en ik zal gered worden, want U bent mijn lof.

15

Zie, zij zeggen tegen mij: Waar is het woord van de HEER? Laat het nu toch komen.

16

Maar ik heb mij niet gehaast van Uw zijde te wijken om een herder te zijn, noch heb ik de rampdag begeerd; U weet het: wat over mijn lippen gekomen is, was oprecht voor Uw aangezicht.

17

Wees geen schrik voor mij; U bent mijn toevlucht in de dag van het onheil.

18

Laten zij beschaamd worden die mij vervolgen, maar laat mij niet beschaamd worden; laten zij verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen de dag van het onheil, en vernietig hen met dubbele vernietiging.

19

Zo zei de HEER tot mij: Ga en stel u op bij de poort der kinderen van het volk, waardoor de koningen van Juda in- en uitgaan, en bij alle poorten van Jeruzalem;

20

En zeg tot hen: Hoor het woord van de HEER, gij koningen van Juda, en geheel Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten binnengaat:

21

Zo zegt de HEER: Weest op uw hoede, en draagt geen last op de sabbatdag, noch brengt die binnen door de poorten van Jeruzalem;

22

En draagt geen last uit uw huizen op de sabbatdag, en doet geen enkel werk, maar heiligt de sabbatdag, zoals Ik uw vaderen geboden heb.

23

Maar zij gehoorzaamden niet en neigden hun oor niet, maar zij verhardden hun nek, zodat zij niet hoorden en geen onderricht aannamen.

24

En het zal geschieden, indien gij Mij aandachtig gehoorzaamt, spreekt de HEER, en geen last inbrengt door de poorten van deze stad op de sabbatdag, maar de sabbatdag heiligt door daarin geen werk te doen,