Jeremia 19:15
“Zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Zie, Ik zal over deze stad en over al haar steden al het kwaad brengen dat Ik over haar uitgesproken heb, omdat zij hun nek hebben verhard om Mijn woorden niet te horen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 19 — omringende verzen
Dan zult gij de kruik breken voor de ogen van de mannen die met u meegaan,
11En tot hen zeggen: Zo zegt de HEER der heerscharen: Evenzo zal Ik dit volk en deze stad verbreken, zoals men een aarden vat van de pottenbakker verbreekt, dat niet meer heel gemaakt kan worden; en zij zullen in Tofet begraven worden, totdat er geen plaats meer is om te begraven.
12Zo zal Ik doen met deze plaats, spreekt de HEER, en met haar inwoners, ja, Ik zal deze stad als Tofet maken;
13En de huizen van Jeruzalem en de huizen van de koningen van Juda zullen zijn als de plaats van Tofet, onrein, wegens alle huizen op welker daken zij reukwerk gebrand hebben aan het ganse heir des hemels en drankoffers uitgegoten hebben aan andere goden.
14Daarna kwam Jeremia van Tofet, waarheen de HEER hem gezonden had om te profeteren; en hij stond in de voorhof van het huis van de HEER en zei tot het gehele volk:
Zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Zie, Ik zal over deze stad en over al haar steden al het kwaad brengen dat Ik over haar uitgesproken heb, omdat zij hun nek hebben verhard om Mijn woorden niet te horen.