Terug naar Jeremia 22
VSV
Statenvertaling

Jeremia 22:7

En Ik zal verdervers tegen u bereiden, ieder met zijn wapens; en zij zullen uw kostelijke ceders omhakken en in het vuur werpen.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 22 — omringende verzen

2

En zegt: Hoort het woord des HEREN, o koning van Juda, die zit op de troon van David, gij en uw dienaren en uw volk die door deze poorten ingaan:

3

Zo zegt de HEER: Handhaaft recht en gerechtigheid, en bevrijdt de beroofde uit de hand van de verdrukker; en doet de vreemdeling, de wees en de weduwe geen onrecht, doet hun geen geweld aan, en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.

4

Want indien gij dit woord inderdaad doet, dan zullen door de poorten van dit huis koningen ingaan, die zitten op de troon van David, rijdend in wagens en op paarden, hij en zijn dienaren en zijn volk.

5

Maar indien gij deze woorden niet hoort, zweer Ik bij Mijzelf, zegt de HEER, dat dit huis een woestenij zal worden.

6

Want zo zegt de HEER aangaande het huis van de koningen van Juda: Gij zijt Mij als Gilead, en als de top van de Libanon; maar gewis zal Ik u maken tot een woestijn, tot steden die niet bewoond worden.

7

En Ik zal verdervers tegen u bereiden, ieder met zijn wapens; en zij zullen uw kostelijke ceders omhakken en in het vuur werpen.

8

En vele volken zullen langs deze stad trekken, en de een zal tot de ander zeggen: Waarom heeft de HEER zo gedaan met deze grote stad?

9

Dan zullen zij antwoorden: Omdat zij het verbond van de HEER hun God verlaten hebben, en andere goden aanbeden en hen gediend hebben.

10

Weent niet over de dode, en bedroeft u niet over hem; maar weent bitter over hem die weggaat, want hij zal niet meer terugkeren, noch zijn geboorteland zien.

11

Want zo zegt de HEER aangaande Sallum, de zoon van Josia, de koning van Juda, die regeerde in de plaats van zijn vader Josia, en die van deze plaats is uitgegaan: Hij zal hierheen niet meer terugkeren;

12

Maar hij zal sterven in de plaats waarheen zij hem als gevangene hebben gevoerd, en hij zal dit land niet meer zien.