Terug naar Jeremia 25
VSV
Statenvertaling

Jeremia 25:17

Toen nam ik de beker uit de hand des HEREN, en liet alle volken drinken tot wie de HEER mij gezonden had:

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 25 — omringende verzen

12

En het zal geschieden, wanneer de zeventig jaren vervuld zijn, dat Ik de koning van Babel en dat volk zal straffen, zegt de HEER, om hun ongerechtigheid, en het land der Chaldeeën, en Ik zal het maken tot eeuwige verwoestingen.

13

En Ik zal over dat land al Mijn woorden brengen die Ik over haar heb uitgesproken, ja alles wat in dit boek geschreven staat, wat Jeremia geprofeteerd heeft tegen alle volken.

14

Want vele volken en grote koningen zullen zich ook van hen bedienen; en Ik zal hen vergelden naar hun daden en naar de werken van hun eigen handen.

15

Want zo zegt de HEER, de God van Israël, tot mij: Neem deze beker met de wijn van Mijn grimmigheid uit Mijn hand, en laat alle volken, tot wie Ik u zend, daaruit drinken.

16

En zij zullen drinken, en wankelen, en waanzinnig worden, vanwege het zwaard dat Ik onder hen zenden zal.

17

Toen nam ik de beker uit de hand des HEREN, en liet alle volken drinken tot wie de HEER mij gezonden had:

18

Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen en haar vorsten, om hen te maken tot een verwoesting, een ontzetting, een aanfluiting en een vloek, zoals het heden ten dage is;

19

Farao, de koning van Egypte, en zijn dienaren, en zijn vorsten, en al zijn volk;

20

En alle vermengde volken, en alle koningen van het land Uz, en alle koningen van het land der Filistijnen, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod,

21

Edom, en Moab, en de kinderen van Ammon,

22

En alle koningen van Tyrus, en alle koningen van Sidon, en de koningen der eilanden die aan gene zijde van de zee zijn,