Jeremia 30:4
“En dit zijn de woorden die de HEER gesproken heeft over Israël en over Juda.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 30 — omringende verzen
Het woord dat van de HEER tot Jeremia kwam, luidende:
2Zo spreekt de HEER, de God van Israël: Schrijf u al de woorden die Ik tot u gesproken heb, in een boek.
3Want zie, de dagen komen, zegt de HEER, dat Ik de gevangenschap van Mijn volk Israël en Juda zal doen keren, zegt de HEER; en Ik zal hen doen terugkeren naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het in bezit nemen.
En dit zijn de woorden die de HEER gesproken heeft over Israël en over Juda.
Want zo zegt de HEER: Wij hebben een stem van beving gehoord, van vrees en niet van vrede.
6Vraagt toch en ziet of een man barensnood heeft? Waarom zie Ik dan iedere man met zijn handen op zijn lendenen, als een barende vrouw, en waarom zijn alle aangezichten in doodsbleekheid veranderd?
7Wee! Want die dag is groot, zodat er geen is als die; en het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, maar hij zal daaruit verlost worden.
8Want het zal te dien dage geschieden, zegt de HEER der heerscharen, dat Ik zijn juk van uw hals zal verbreken en uw banden zal verscheuren, en vreemdelingen zullen hem niet meer dienstbaar maken.
9Maar zij zullen de HEER, hun God, dienen, en David, hun koning, die Ik hun zal verwekken.