Terug naar Jeremia 32
VSV
Statenvertaling

Jeremia 32:13

En ik beval Baruch ten overstaan van hen, zeggende:

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 32 — omringende verzen

8

Zo kwam Hanameël, de zoon van mijn oom, tot mij in de voorhof der gevangenis, overeenkomstig het woord van de HEER, en zei tot mij: Koop toch mijn veld dat in Anathoth is, dat in het land van Benjamin ligt, want het erfrecht is aan u, en de lossing is aan u; koop het voor uzelf. Toen begreep ik dat dit het woord van de HEER was.

9

En ik kocht het veld van Hanameël, de zoon van mijn oom, dat in Anathoth was, en woog hem het geld af, zeventien zilveren shekels.

10

En ik ondertekende de koopakte, verzegelde die, nam getuigen en woog het geld af op de weegschalen.

11

Zo nam ik de koopakte, zowel die welke verzegeld was overeenkomstig wet en gewoonte, als die welke open was;

12

En ik gaf de koopakte aan Baruch, de zoon van Neria, de zoon van Maäseja, in het bijzijn van Hanameël, de zoon van mijn oom, en in de tegenwoordigheid van de getuigen die de koopakte hadden ondertekend, voor al de Joden die in de voorhof der gevangenis zaten.

13

En ik beval Baruch ten overstaan van hen, zeggende:

14

Zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Neem deze akten, deze koopakte, zowel die welke verzegeld is als deze akte die open is, en leg ze in een aarden vat, opdat zij vele dagen bewaard blijven.

15

Want zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Huizen en velden en wijngaarden zullen weer in dit land gekocht worden.

16

En nadat ik de koopakte had gegeven aan Baruch, de zoon van Neria, bad ik tot de HEER en zei:

17

Ach, Heer HEER! Zie, U hebt de hemel en de aarde gemaakt door Uw grote kracht en Uw uitgestrekte arm; niets is U te wonderlijk:

18

U bewijst goedertierenheid aan duizenden en vergeldt de ongerechtigheid der vaderen in de schoot van hun kinderen na hen: de Grote, de Machtige God, de HEER der heerscharen is Zijn naam,