Jeremia 42:11
“Weest niet bevreesd voor de koning van Babel, voor wie gij bevreesd zijt; weest niet bevreesd voor hem, zegt de HEER; want Ik ben met u om u te verlossen en u uit zijn hand te redden.”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 42 — omringende verzen
Hetzij goed, hetzij kwaad, wij zullen de stem van de HEER, onze God, tot Wien wij u zenden, gehoorzamen; opdat het ons wel gaat, wanneer wij de stem van de HEER, onze God, gehoorzamen.
7En het geschiedde na tien dagen, dat het woord van de HEER tot Jeremia kwam.
8Toen riep hij Johanan, de zoon van Kareah, en al de aanvoerders der strijdkrachten die bij hem waren, en al het volk, van de kleinste tot de grootste,
9en zeide tot hen: Zo zegt de HEER, de God van Israël, tot Wie gij mij gezonden hebt om uw smeekbede voor Zijn aangezicht te brengen:
10Indien gij gewillig in dit land blijft wonen, dan zal Ik u bouwen en niet afbreken, en Ik zal u planten en niet uitrukken; want Ik heb berouw over het kwaad dat Ik u aangedaan heb.
Weest niet bevreesd voor de koning van Babel, voor wie gij bevreesd zijt; weest niet bevreesd voor hem, zegt de HEER; want Ik ben met u om u te verlossen en u uit zijn hand te redden.
En Ik zal u barmhartigheid bewijzen, zodat hij zich over u ontfermt en u doet terugkeren naar uw eigen land.
13Maar indien gij zegt: Wij zullen niet in dit land wonen, en ook de stem van de HEER, uw God, niet gehoorzamen,
14zeggende: Neen, maar wij zullen naar het land Egypte gaan, waar wij geen oorlog zullen zien, noch het geluid van de bazuin zullen horen, noch gebrek aan brood zullen hebben; en daar zullen wij wonen:
15Hoor dan nu het woord van de HEER, gij overblijfsel van Juda; zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Indien gij uw aangezicht vastberaden richt om naar Egypte in te gaan en daar te verblijven;
16dan zal het geschieden, dat het zwaard, waarvoor gij vreest, u aldaar in het land Egypte zal achterhalen, en de honger, waarvoor gij bevreesd zijt, zal u aldaar in Egypte op de hielen volgen; en daar zult gij sterven.