Jeremia 44:1
“Het woord dat tot Jeremia gekomen is aangaande alle Joden die in het land Egypte wonen, die te Migdol wonen, en te Tahpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Jeremia 44 — omringende verzen
Het woord dat tot Jeremia gekomen is aangaande alle Joden die in het land Egypte wonen, die te Migdol wonen, en te Tahpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:
Zo zegt de HEER der heerscharen, de God van Israël: Gij hebt al het kwaad gezien dat Ik over Jeruzalem gebracht heb, en over alle steden van Juda; en zie, zij zijn heden een verwoesting, en niemand woont daarin,
3vanwege hun goddeloosheid die zij begaan hebben om Mij tot toorn te verwekken, doordat zij gegaan zijn om wierook te branden en andere goden te dienen, die zij niet kenden, noch zij, noch gij, noch uw vaderen.
4Nochtans zond Ik tot u al Mijn knechten, de profeten, vroeg opstaan en hen zenden, zeggende: Doet toch deze gruweldaad niet die Ik haat.
5Maar zij luisterden niet en neigden hun oor niet om zich te bekeren van hun goddeloosheid, om geen wierook meer te branden aan andere goden.
6Daarom werd Mijn gramschap en Mijn toorn uitgestort en aangestoken in de steden van Juda en in de straten van Jeruzalem; en zij zijn tot een verwoesting en een woestenij geworden, zoals het heden ten dage is.