Terug naar Jeremia 5
VSV
Statenvertaling

Jeremia 5:12

Zij hebben de HEER verloochend en gezegd: Hij is het niet; er zal geen kwaad over ons komen; wij zullen zwaard noch honger zien.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 5 — omringende verzen

7

Hoe zou Ik u hiervoor vergeven? Uw kinderen hebben Mij verlaten en gezworen bij hen die geen goden zijn; toen Ik hen verzadigd had, bedreven zij overspel, en zij schaarden zich in troepen in de huizen der hoeren.

8

Zij waren als welgevoede hengsten in de morgen; ieder hinnikt naar de vrouw van zijn naaste.

9

Zou Ik hierover geen rekenschap vragen? zegt de HEER: en zou Mijn ziel zich niet wreken op zulk een volk als dit?

10

Klim op haar muren en verwoest ze; maar maak geen volledig einde: verwijder haar tinnen, want zij zijn niet van de HEER.

11

Want het huis van Israël en het huis van Juda hebben zeer trouweloos tegen Mij gehandeld, zegt de HEER.

12

Zij hebben de HEER verloochend en gezegd: Hij is het niet; er zal geen kwaad over ons komen; wij zullen zwaard noch honger zien.

13

En de profeten zullen wind worden, en het Woord is niet in hen: zo zal hun worden gedaan.

14

Daarom, zo zegt de HEER God der heerscharen: Omdat gij dit woord spreekt, zie, Ik zal Mijn woorden in uw mond tot vuur maken, en dit volk tot hout, en het zal hen verteren.

15

Zie, Ik zal een volk over u brengen van verre, o huis van Israël, zegt de HEER: het is een machtig volk, het is een oud volk, een volk waarvan gij de taal niet kent en niet verstaat wat zij zeggen.

16

Hun pijlkoker is als een open graf; zij zijn allen krachtige mannen.

17

Zij zullen uw oogst en uw brood opeten, dat uw zonen en uw dochters zouden eten; zij zullen uw kudden en uw runderen opeten; zij zullen uw wijnstokken en uw vijgenbomen opeten; zij zullen uw versterkte steden, waarop gij vertrouwde, met het zwaard verwoesten.