Terug naar Jeremia 51
VSV
Statenvertaling

Jeremia 51:47

Daarom, zie, de dagen komen dat Ik gericht zal oefenen over de gesneden beelden van Babel; en haar gehele land zal beschaamd worden, en al haar verslagenen zullen in haar midden vallen.

Kruisverwijzingen

Context

Jeremia 51 — omringende verzen

42

De zee is over Babel opgestegen; zij is bedekt met de menigte van haar golven.

43

Haar steden zijn een woestenij, een dor land en een wildernis, een land waar niemand woont en waar geen mensenkind doorheen trekt.

44

En Ik zal Bel in Babel straffen, en Ik zal uit zijn mond brengen wat hij heeft verslonden; en de volken zullen niet meer naar hem toestromen; ja, de muur van Babel zal vallen.

45

Mijn volk, gaat uit haar midden en redt ieder zijn ziel van de brandende toorn van de HEER.

46

En dat uw hart niet verslapt en gij niet vreest voor het gerucht dat in het land gehoord zal worden; want in het ene jaar zal een gerucht komen, en daarna in een ander jaar zal een gerucht komen, en geweld in het land, heerser tegen heerser.

47

Daarom, zie, de dagen komen dat Ik gericht zal oefenen over de gesneden beelden van Babel; en haar gehele land zal beschaamd worden, en al haar verslagenen zullen in haar midden vallen.

48

Dan zullen de hemel en de aarde, en al wat daarin is, jubelen over Babel; want de verwoestende vijanden zullen van het noorden over haar komen, zegt de HEER.

49

Zoals Babel de verslagenen van Israël heeft doen vallen, zo zullen bij Babel de verslagenen van de gehele aarde vallen.

50

Gij die het zwaard ontvlucht zijt, trekt weg, staat niet stil; gedenkt de HEER van verre, en laat Jeruzalem in uw hart opkomen.

51

Wij zijn beschaamd, want wij hebben smaad gehoord; schaamte heeft ons gelaat bedekt, want vreemden zijn gekomen in de heiligdommen van het huis van de HEER.

52

Daarom, zie, de dagen komen, zegt de HEER, dat Ik gericht zal oefenen over haar gesneden beelden; en door haar gehele land zullen de gewonden kermen.