Jesaja 13:19
“En Babel, de heerlijkheid der koninkrijken, de sierlijke glorie der Chaldeeën, zal zijn gelijk als toen God Sodom en Gomorra omkeerde.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 13 — omringende verzen
En het zal zijn als een opgejaagd ree, en als een schaap dat niemand opneemt; een ieder zal zich wenden tot zijn eigen volk, en ieder zal vluchten naar zijn eigen land.
15Ieder die gevonden wordt, zal worden doorstoken; en ieder die bij hen aansluit, zal door het zwaard vallen.
16Ook hun kinderen zullen voor hun ogen verpletterd worden; hun huizen zullen worden geplunderd, en hun vrouwen geschonden.
17Zie, Ik zal de Meden tegen hen opwekken, die het zilver niet achten; en wat het goud betreft, zij zullen er geen behagen in scheppen.
18Hun bogen zullen ook de jongelingen verpletteren; en zij zullen geen medelijden hebben met de vrucht des schoot; hun oog zal de kinderen niet sparen.
En Babel, de heerlijkheid der koninkrijken, de sierlijke glorie der Chaldeeën, zal zijn gelijk als toen God Sodom en Gomorra omkeerde.
Het zal in eeuwigheid niet bewoond worden, noch bevolkt zijn van geslacht tot geslacht; de Arabier zal er zijn tent niet opslaan, noch herders er hun kudden legeren.
21Maar wilde dieren der woestijn zullen er liggen, en hun huizen zullen vol zijn van klaagvogels; en struisvogels zullen er wonen, en bokken zullen er dansen.
22En de wilde dieren der eilanden zullen roepen in hun verlaten huizen, en draken in hun prachtige paleizen; en haar tijd is nabij om te komen, en haar dagen zullen niet verlengd worden.