Terug naar Jesaja 19
VSV
Statenvertaling

Jesaja 19:8

Ook zullen de vissers treuren, en allen die een hengel in de beken uitwerpen, zullen rouw bedrijven, en zij die netten uitspreiden op de wateren, zullen kwijnen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 19 — omringende verzen

3

En de geest van Egypte zal te niet worden in het midden ervan; en Ik zal zijn raad vernietigen; en zij zullen de afgoden vragen, en de bezweerders, en de waarzeggers, en de tovenaars.

4

En de Egyptenaren zal Ik overleveren in de hand van een wrede heer; en een strenge koning zal over hen heersen, zegt de Heere, de HEER der heerscharen.

5

En de wateren zullen verdwijnen uit de zee, en de rivier zal leeggelopen en uitgedroogd worden.

6

En zij zullen de rivieren ver wegvoeren; en de beken van de verdediging zullen leeglopen en opdrogen; het riet en de biezen zullen verwelken.

7

De papyrusrietvelden bij de beken, aan de monding van de beken, en alles wat bij de beken gezaaid is, zal verdorren, weggedreven worden, en er niet meer zijn.

8

Ook zullen de vissers treuren, en allen die een hengel in de beken uitwerpen, zullen rouw bedrijven, en zij die netten uitspreiden op de wateren, zullen kwijnen.

9

Ook zullen zij beschaamd worden die in fijn vlas werken, en zij die fijngeweven netwerk weven.

10

En haar pijlers zullen verbroken worden, allen die sluizen en vijvers voor vis maken.

11

Voorzeker, de vorsten van Zoan zijn dwazen; het raadsbesluit van de wijze raadgevers van Farao is ruw geworden. Hoe zegt gij tot Farao: Ik ben een zoon van de wijzen, een zoon van oude koningen?

12

Waar zijn zij? Waar zijn uw wijzen? Laat hen u nu zeggen, en laat hen weten wat de HEER der heerscharen over Egypte heeft besloten.

13

De vorsten van Zoan zijn dwazen geworden, de vorsten van Nof zijn misleid; zij hebben ook Egypte verleid, zij die de steunpilaren zijn van zijn stammen.