Jesaja 22:20
“En het zal geschieden op die dag, dat ik mijn knecht Eljakim, de zoon van Hilkia, roepen zal.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 22 — omringende verzen
Zo zegt de Heer HEER der heerscharen: Gaat heen, begeeft u tot deze schatbewaarder, zelfs tot Sebna, die over het huis is, en zegt:
16Wat hebt gij hier, en wie hebt gij hier, dat gij u hier een graf hebt uitgehouwen, als iemand die zich een graf uithouwt op hoge plaats, en die zich een woning in de rots uitgraven laat?
17Zie, de HEER zal u met een machtige ballingschap wegvoeren en zal u zeker bedekken.
18Hij zal u gewis geweldig werpen en u voortgooien als een bal in een wijd land; daar zult gij sterven, en daar zullen de wagens van uw glorie de schande zijn van het huis van uw heer.
19En ik zal u verdrijven van uw standplaats, en van uw staat zal Hij u neerhalen.
En het zal geschieden op die dag, dat ik mijn knecht Eljakim, de zoon van Hilkia, roepen zal.
En ik zal hem met uw gewaad bekleden en hem met uw gordel versterken, en ik zal uw bestuur in zijn hand geven; en hij zal een vader zijn voor de inwoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda.
22En de sleutel van het huis van David zal ik op zijn schouder leggen; en hij zal openen, en niemand zal sluiten; en hij zal sluiten, en niemand zal openen.
23En Ik zal hem als een nagel op een vaste plaats bevestigen; en hij zal tot een troon van eer zijn voor het huis zijns vaders.
24En zij zullen aan hem hangen al de heerlijkheid van het huis zijns vaders, het kroost en de nakomelingen, al het kleine vaatwerk, van de schalen af tot al de kruiken toe.
25Te dien dage, spreekt de HEER der heerscharen, zal de nagel die op een vaste plaats bevestigd was, verwijderd worden en afgehouwen worden en vallen; en de last die daaraan was, zal afgesneden worden, want de HEER heeft het gesproken.