Jesaja 25:3
“Daarom zal het sterke volk U eren, de stad der vreselijke volken zal U vrezen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 25 — omringende verzen
O Heer, Gij zijt mijn God; ik zal U verhogen, ik zal Uw Naam prijzen, want Gij hebt wonderlijke dingen gedaan; Uw raadsbesluiten van ouds zijn getrouwheid en waarheid.
2Want Gij hebt van een stad een steenhoop gemaakt, van een versterkte stad een puinhoop; een paleis van vreemden is geen stad meer; het zal voor eeuwig niet herbouwd worden.
Daarom zal het sterke volk U eren, de stad der vreselijke volken zal U vrezen.
Want Gij zijt een Sterkte geweest voor de arme, een Sterkte voor de behoeftige in zijn benauwdheid, een Toevlucht voor de storm, een Schaduw voor de hitte, wanneer de ademtocht der tirannen is als een storm tegen een muur.
5Gij zult het getier der vreemden doen neerdalen, gelijk de hitte op een dorre plaats; gelijk de hitte door de schaduw ener wolk, zal het gejuich der tirannen vernederd worden.
6En de HEER der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal bereiden van vette spijzen, een feestmaal van bezonken wijnen, van mergrijke vette spijzen, van gezuiverde bezonken wijnen.
7En Hij zal op deze berg het aangezicht van het deksel verderven, waarmee alle volken bedekt zijn, en het bedekkende waarmee alle natiën bedekt zijn.
8Hij zal de dood voor altoos verslinden; en de Heer HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en de smaad van Zijn volk zal Hij wegnemen van de hele aarde, want de HEER heeft het gesproken.