Jesaja 29:2
“Toch zal Ik Ariël benauwen, en er zal droefheid en treurigheid zijn; en het zal Mij zijn als Ariël.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 29 — omringende verzen
Wee Ariël, wee Ariël, de stad waar David gewoond heeft! Voegt jaar bij jaar; laat hen slachtoffers slachten.
Toch zal Ik Ariël benauwen, en er zal droefheid en treurigheid zijn; en het zal Mij zijn als Ariël.
En Ik zal rondom u legerkampen opslaan, en Ik zal u belegeren met een schans, en Ik zal belegeringstorens tegen u oprichten.
4En gij zult worden neergebracht, en gij zult spreken vanuit de grond, en uw spraak zal laag zijn vanuit het stof, en uw stem zal zijn als die van een geest vanuit de grond, en uw spraak zal fluisteren vanuit het stof.
5En de menigte van uw vreemdelingen zal zijn als fijn stof, en de menigte der geweldigen zal zijn als kaf dat voorbijdrijft; ja, het zal in een ogenblik plotseling geschieden.
6Gij zult bezocht worden door de HEER der heerscharen met donder, en met aardbeving, en groot gedreun, met storm en wervelwind, en met de vlam van een verterend vuur.
7En de menigte van alle volken die tegen Ariël strijden, ja, allen die tegen haar strijden en tegen haar vestingwerk, en haar benauwen, zullen zijn als een droom van een nachtelijk gezicht.