VSV
StatenvertalingJesaja 3:26
“En haar poorten zullen klagen en treuren; en zij, verlaten, zal op de grond zitten.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 3 — omringende verzen
21
De ringen en de neusringen,
22De wisselklederen en de mantels en de omslagdoeken en de beursen,
23De spiegels en het fijn linnen en de tulbanden en de sluiers.
24En het zal geschieden: in plaats van welriekende geur zal er stank zijn; en in plaats van een gordel een scheur; en in plaats van kunstig gevlochten haar kaalheid; en in plaats van een feestgewaad een gordel van ruwvezelig doek; en brandmerk in plaats van schoonheid.
25Uw mannen zullen vallen door het zwaard, en uw helden in de strijd.
26
En haar poorten zullen klagen en treuren; en zij, verlaten, zal op de grond zitten.