Jesaja 30:1
“Wee de weerspannige kinderen, zegt de HEER, die raad zoeken, maar niet van Mij; en die zich dekken, maar niet met Mijn Geest, om zonde bij zonde te voegen;”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 30 — omringende verzen
Wee de weerspannige kinderen, zegt de HEER, die raad zoeken, maar niet van Mij; en die zich dekken, maar niet met Mijn Geest, om zonde bij zonde te voegen;
Die optrekken om af te dalen naar Egypte, en Mijn mond niet hebben geraadpleegd; om zich te sterken in de kracht van Farao, en om te vertrouwen op de schaduw van Egypte!
3Daarom zal de kracht van Farao uw schande zijn, en het vertrouwen op de schaduw van Egypte uw beschaming.
4Want zijn vorsten waren in Zoan, en zijn gezanten kwamen tot Hanes.
5Zij werden allen beschaamd over een volk dat hun geen voordeel kon brengen, noch tot hulp noch tot voordeel, maar tot schande, en ook tot smaad.
6De last der beesten van het zuiden: in het land van benauwdheid en angst, vanwaar de jonge en oude leeuw komen, de adder en de vliegende vurige slang, zij zullen hun rijkdommen dragen op de schouders van jonge ezels, en hun schatten op de bulten van kamelen, naar een volk dat hun geen voordeel zal brengen.