Terug naar Jesaja 30
VSV
Statenvertaling

Jesaja 30:15

Want zo zegt de Heer HEER, de Heilige Israëls: In terugkeer en rust zult gij behouden worden; in stilheid en vertrouwen zal uw kracht zijn; maar gij wildet niet.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 30 — omringende verzen

10

Die tot de zieners zeggen: Zie niet; en tot de profeten: Profeteer ons geen rechte dingen, spreek ons aangename dingen, profeteer bedriegerijen;

11

Wijkt af van de weg, gaat ter zijde van het pad, doet de Heilige Israëls ophouden voor onze ogen.

12

Daarom, zo zegt de Heilige Israëls: Omdat gij dit woord verwerpt en vertrouwt op onderdrukking en verkeerdheid, en daarop steunt;

13

Daarom zal deze ongerechtigheid u zijn als een scheur die dreigt te vallen, een uitpuilende hoge muur, wiens instorting plotseling en in een ogenblik komt.

14

En Hij zal het verbrijzelen zoals het verbrijzelen van het aardewerk des pottenbakkers dat in stukken gebroken wordt; Hij zal niet sparen; zodat er in al de scherven niet een gevonden wordt om vuur te nemen van de haard, of water te scheppen uit een kuil.

15

Want zo zegt de Heer HEER, de Heilige Israëls: In terugkeer en rust zult gij behouden worden; in stilheid en vertrouwen zal uw kracht zijn; maar gij wildet niet.

16

Maar gij zeidet: Neen; maar wij zullen vluchten op paarden; daarom zult gij vluchten; en: Wij zullen rijden op snelle paarden; daarom zullen uw vervolgers snel zijn.

17

Duizend zullen vluchten voor de dreiging van één; voor de dreiging van vijf zult gij vluchten; totdat gij overgebleven zijt als een mast op de top van een berg, en als een banier op een heuvel.

18

Daarom zal de HEER wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij Zich verheffen, opdat Hij Zich over u ontferme; want de HEER is een God van gericht; welgelukzalig zijn allen die op Hem wachten.

19

Want het volk zal wonen in Sion, te Jeruzalem; gij zult niet meer wenen; Hij zal u zekerlijk genadig zijn op de stem van uw geroep; zodra Hij het hoort, zal Hij u antwoorden.

20

En al geeft de Heer u het brood van tegenspoed en het water van verdrukking, toch zullen uw leraars niet meer ter zijde gesteld worden, maar uw ogen zullen uw leraars zien;