Terug naar Jesaja 30
VSV
Statenvertaling

Jesaja 30:23

Dan zal Hij de regen geven voor uw zaad, waarmee gij de aarde bezaait; en brood van de vrucht der aarde, en het zal vet en overvloedig zijn; in die dag zal uw vee weiden in ruime weiden.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 30 — omringende verzen

18

Daarom zal de HEER wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij Zich verheffen, opdat Hij Zich over u ontferme; want de HEER is een God van gericht; welgelukzalig zijn allen die op Hem wachten.

19

Want het volk zal wonen in Sion, te Jeruzalem; gij zult niet meer wenen; Hij zal u zekerlijk genadig zijn op de stem van uw geroep; zodra Hij het hoort, zal Hij u antwoorden.

20

En al geeft de Heer u het brood van tegenspoed en het water van verdrukking, toch zullen uw leraars niet meer ter zijde gesteld worden, maar uw ogen zullen uw leraars zien;

21

En uw oren zullen een woord achter u horen, zeggende: Dit is de weg, wandelt daarin, wanneer gij naar rechts ombuigt en wanneer gij naar links ombuigt.

22

Gij zult ook de bedekking van uw zilveren gesneden beelden ontheiligen, en het sieraad van uw gegoten gouden beelden; gij zult ze wegwerpen als een onrein kleed; gij zult daartegen zeggen: Ga weg.

23

Dan zal Hij de regen geven voor uw zaad, waarmee gij de aarde bezaait; en brood van de vrucht der aarde, en het zal vet en overvloedig zijn; in die dag zal uw vee weiden in ruime weiden.

24

Evenzo zullen de ossen en de jonge ezels die de grond bewerken zuiver voer eten, dat gewand is met de schop en de wan.

25

En op elke hoge berg en op elke verheven heuvel zullen rivieren en waterstromen zijn, op de dag van de grote slachting, wanneer de torens vallen.

26

Bovendien zal het licht van de maan zijn als het licht van de zon, en het licht van de zon zal zevenvoudig zijn, als het licht van zeven dagen, op de dag dat de HEER de wonde van Zijn volk verbindt en de slag van hun wond geneest.

27

Zie, de Naam van de HEER komt van verre, brandend van toorn, en de last ervan is zwaar; Zijn lippen zijn vol gramschap, en Zijn tong als een verterend vuur;

28

En Zijn adem is als een overstromende stroom, die reikt tot aan de hals, om de volken te ziften met het zift der verydeling; en er zal een breidel in de kaken der volkeren zijn, die hen doet dwalen.