Jesaja 39:8
“Toen zeide Hizkia tot Jesaja: Het woord van de HEER dat gij gesproken hebt, is goed. En hij zeide verder: Want er zal vrede en waarheid zijn in mijn dagen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 39 — omringende verzen
Toen kwam de profeet Jesaja tot de koning Hizkia en zeide tot hem: Wat zeiden deze mannen, en vanwaar kwamen zij tot u? En Hizkia zeide: Zij zijn uit een ver land tot mij gekomen, uit Babel.
4Toen zeide hij: Wat hebben zij in uw huis gezien? En Hizkia antwoordde: Alles wat in mijn huis is, hebben zij gezien; er is niets onder mijn schatten dat ik hun niet getoond heb.
5Toen zeide Jesaja tot Hizkia: Hoor het woord van de HEER der heerscharen:
6Zie, de dagen komen dat alles wat in uw huis is, en wat uw vaderen tot op deze dag hebben opgeslagen, naar Babel weggevoerd zal worden; er zal niets overblijven, zegt de HEER.
7En van uw zonen die van u zullen uitgaan, die gij zult verwekken, zullen zij er nemen; en zij zullen kamerlingen zijn in het paleis van de koning van Babel.
Toen zeide Hizkia tot Jesaja: Het woord van de HEER dat gij gesproken hebt, is goed. En hij zeide verder: Want er zal vrede en waarheid zijn in mijn dagen.