Jesaja 44:1
“Maar nu, hoor, o Jakob, Mijn dienaar, en Israël, die Ik verkoren heb.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 44 — omringende verzen
Maar nu, hoor, o Jakob, Mijn dienaar, en Israël, die Ik verkoren heb.
Zo zegt de HEER Die u gemaakt heeft, en Die u geformeerd heeft van de moederschoot af, Die u helpen zal: Vrees niet, o Jakob, Mijn dienaar; en gij, Jeschurun, die Ik verkoren heb.
3Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest uitgieten op uw zaad, en Mijn zegen op uw nakomelingen.
4En zij zullen opspruiten tussen het gras, als wilgen aan de waterbeken.
5De één zal zeggen: Ik ben des HEREN; en een ander zal zich noemen met de naam van Jakob; en een ander zal met zijn hand schrijven: Voor de HEER, en zich toenamen met de naam van Israël.
6Zo zegt de HEER, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEER der heerscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.