Terug naar Jesaja 44
VSV
Statenvertaling

Jesaja 44:23

Zing, o hemelen, want de HEER heeft het gedaan: jubel, gij lagere delen der aarde; breek uit in gezang, gij bergen, o woud en elke boom daarin; want de HEER heeft Jakob verlost en Zich verheerlijkt in Israël.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 44 — omringende verzen

18

Zij weten niet en begrijpen niet, want Hij heeft hun ogen toegesmeerd, zodat zij niet zien, en hun harten, zodat zij niet verstaan.

19

En niemand neemt het ter harte, en er is geen kennis noch verstand om te zeggen: Ik heb een deel daarvan in het vuur verbrand, ja, ik heb ook brood gebakken op zijn kolen; ik heb vlees gebraden en het gegeten; en zou ik van het overige daarvan een gruwel maken? Zou ik mij neerbuigen voor een blok hout?

20

Hij voedt zich met as; een bedrogen hart heeft hem afgeleid, zodat hij zijn ziel niet kan verlossen, noch zeggen: Is er geen leugen in mijn rechterhand?

21

Gedenk deze dingen, o Jakob en Israël, want gij zijt Mijn dienaar. Ik heb u geformeerd, gij zijt Mijn dienaar; o Israël, gij zult door Mij niet vergeten worden.

22

Ik heb uw overtredingen uitgewist als een dikke wolk, en uw zonden als een wolk: keer terug tot Mij, want Ik heb u verlost.

23

Zing, o hemelen, want de HEER heeft het gedaan: jubel, gij lagere delen der aarde; breek uit in gezang, gij bergen, o woud en elke boom daarin; want de HEER heeft Jakob verlost en Zich verheerlijkt in Israël.

24

Zo zegt de HEER, uw Verlosser, en Hij die u gevormd heeft van de moederschoot: Ik ben de HEER, die alle dingen maakt; die de hemelen alleen uitspant; die de aarde uitspreidt door Mijzelf;

25

Die de tekenen der leugenaars verijdelt en de waarzeggers razend maakt; die de wijzen terugdrijft en hun kennis dwaas maakt;

26

Die het woord van Zijn dienaar bevestigt en de raad van Zijn boden volbrengt; die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult gebouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen herstellen;

27

Die tot de diepte zegt: Wordt droog, en Ik zal uw rivieren doen opdrogen;

28

Die van Kores zegt: Hij is Mijn herder en zal al Mijn welbehagen volbrengen; zelfs zeggend tot Jeruzalem: Gij zult gebouwd worden; en tot de tempel: Uw grondvest zal gelegd worden.