Terug naar Jesaja 44
VSV
Statenvertaling

Jesaja 44:7

En wie zal, gelijk Ik, roepen en dit verkondigen, en het voor Mij in orde stellen, sedert Ik het eeuwige volk gesteld heb? En laat hen de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 44 — omringende verzen

2

Zo zegt de HEER Die u gemaakt heeft, en Die u geformeerd heeft van de moederschoot af, Die u helpen zal: Vrees niet, o Jakob, Mijn dienaar; en gij, Jeschurun, die Ik verkoren heb.

3

Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest uitgieten op uw zaad, en Mijn zegen op uw nakomelingen.

4

En zij zullen opspruiten tussen het gras, als wilgen aan de waterbeken.

5

De één zal zeggen: Ik ben des HEREN; en een ander zal zich noemen met de naam van Jakob; en een ander zal met zijn hand schrijven: Voor de HEER, en zich toenamen met de naam van Israël.

6

Zo zegt de HEER, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEER der heerscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.

7

En wie zal, gelijk Ik, roepen en dit verkondigen, en het voor Mij in orde stellen, sedert Ik het eeuwige volk gesteld heb? En laat hen de toekomstige dingen, en die komen zullen, hun verkondigen.

8

Vreest niet en wees niet bevreesd; heb Ik u dit niet van toen af doen horen en verkondigd? Gij zijt zelfs Mijn getuigen. Is er een God behalve Mij? Ja, er is geen rotssteen; Ik ken er geen.

9

Zij die een gesneden beeld maken, zijn allen ijdelheid, en hun gewilde dingen baten niet; en zij zijn hun eigen getuigen; zij zien niet en begrijpen niet, opdat zij beschaamd worden.

10

Wie heeft een god geformeerd, of een gesneden beeld gegoten, dat geen nut doet?

11

Zie, al zijn metgezellen zullen beschaamd worden, en de werkbazen, zij zijn uit mensen. Laat hen allen verzameld worden, laat hen opstaan; zij zullen vrezen, zij zullen tezamen beschaamd worden.

12

De smid maakt een bijl, en werkt in de kolen, en formeert het met hamers, en bewerkt het met de kracht van zijn arm; ja, hij krijgt honger, en zijn kracht bezwijkt; hij drinkt geen water, en wordt mat.