Jesaja 48:21
“En zij dorsten niet, toen Hij hen door de woestijnen leidde; water deed Hij voor hen vloeien uit de rots; Hij kliefde de rots en de wateren stroomden voort.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 48 — omringende verzen
Treedt nader tot Mij, hoort dit; van den beginne heb Ik niet in het verborgene gesproken; van de tijd dat het er was, ben Ik daar; en nu heeft de Heere HEER en Zijn Geest Mij gezonden.
17Zo zegt de HEER, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HEER uw God, Die u leert wat tot uw voordeel is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
18O, had gij maar naar Mijn geboden geluisterd! dan had uw vrede als een rivier gevloeid, en uw gerechtigheid als de golven der zee.
19Uw nageslacht was geweest als het zand, en de nakomelingen van uw lichaam als de korrels daarvan; hun naam zou niet afgesneden noch verdelgd zijn geweest van voor Mijn aangezicht.
20Trekt uit Babel, vluchten uit Chaldea; verkondigt dit met een stem van jubel, maakt het bekend, draagt het uit tot aan het einde der aarde; zegt: De HEER heeft Zijn knecht Jakob verlost.
En zij dorsten niet, toen Hij hen door de woestijnen leidde; water deed Hij voor hen vloeien uit de rots; Hij kliefde de rots en de wateren stroomden voort.
Er is geen vrede, zegt de HEER, voor de goddelozen.