Jesaja 54:8
“In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEER, uw Verlosser.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 54 — omringende verzen
Want gij zult uitbreken ter rechterzijde en ter linkerzijde; en uw zaad zal de heidenen erven en de verwoeste steden doen bewonen.
4Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden; en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande gemaakt worden; maar gij zult de schande uwer jonkheid vergeten, en de smaadheid uwer weduwschap zult gij niet meer gedenken.
5Want uw Maker is uw Man; HEER der heerscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; de God der ganse aarde zal Hij genoemd worden.
6Want de HEER heeft u geroepen als een verlaten vrouw en bedroefd van geest, en als een vrouw der jeugd, wanneer gij versmaad zijt, zegt uw God.
7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten, maar met grote barmhartigheden zal Ik u verzamelen.
In een kleine toorn heb Ik Mijn aangezicht een ogenblik voor u verborgen, maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen, zegt de HEER, uw Verlosser.
Want dit is Mij als de wateren van Noach; want gelijk Ik gezworen heb dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan, alzo heb Ik gezworen dat Ik niet meer op u toornen noch u bestraffen zal.
10Want de bergen zullen wijken en de heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEER, Die Zich over u ontfermt.
11Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste, zie, Ik zal uw stenen leggen met versierselen, en Ik zal u grondvesten met saffieren.
12En Ik zal uw vensters van agaat maken, en uw poorten van robijnen, en al uw grenzen van kostelijke stenen.
13En al uw kinderen zullen door de HEER onderwezen worden; en groot zal de vrede van uw kinderen zijn.