Jesaja 56:11
“Ja, het zijn gulzige honden die nooit genoeg kunnen krijgen, en het zijn herders die geen inzicht hebben; zij allen zien op hun eigen weg, een ieder op zijn eigen gewin, van zijn zijde.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 56 — omringende verzen
Ook de vreemdelingen die zich bij de HEER voegen om Hem te dienen en om de naam van de HEER lief te hebben, om Zijn dienaren te zijn, een ieder die de sabbat bewaart zodat hij hem niet ontheiligt, en die vasthouden aan Mijn verbond —
7Hen zal Ik brengen tot Mijn heilige berg, en hen verblijden in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis voor alle volken worden genoemd.
8De Heer HEER, die de verdrevenen van Israël vergadert, zegt: Nog zal Ik anderen bij hem vergaderen, behalve degenen die reeds bij hem vergaderd zijn.
9Alle gedierte des velds, komt om te verslinden, ja, alle gedierte in het woud.
10Zijn wachters zijn blind; zij zijn allen onwetend, zij zijn alle stomme honden die niet kunnen blaffen; slapend, neerliggend, het sluimeren liefhebbend.
Ja, het zijn gulzige honden die nooit genoeg kunnen krijgen, en het zijn herders die geen inzicht hebben; zij allen zien op hun eigen weg, een ieder op zijn eigen gewin, van zijn zijde.
Komt, zeggen zij, ik zal wijn halen en wij zullen ons verzadigen met sterke drank; en morgen zal zijn als heden, en nog veel overvloediger.