Terug naar Jesaja 65
VSV
Statenvertaling

Jesaja 65:20

Daar zal niet meer zijn een zuigeling van weinig dagen, noch een oude man die zijn dagen niet vervuld heeft; want de jongeling zal sterven als honderd jaar oud, maar de zondaar, honderd jaar oud zijnde, zal vervloekt worden.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 65 — omringende verzen

15

En gij zult uw naam nalaten als een vloek voor Mijn uitverkorenen; want de Heere HEER zal u doden, en Zijn knechten bij een andere naam noemen;

16

Zodat wie zichzelf zegent op aarde, zich zal zegenen bij de God der waarheid; en wie zweert op aarde, zal zweren bij de God der waarheid; omdat de vroegere benauwdheden vergeten zijn, en omdat zij voor Mijn ogen verborgen zijn.

17

Want zie, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde; en de vorige dingen zullen niet meer worden gedacht, noch zullen zij in het hart opkomen.

18

Maar verblijdt u en juicht voor eeuwig in hetgeen Ik schep; want zie, Ik schep Jeruzalem een vreugde, en haar volk een blijdschap.

19

En Ik zal Mij verblijden in Jeruzalem, en Mij verheugen in Mijn volk; en de stem van het geween zal daarin niet meer gehoord worden, noch de stem van het geroep.

20

Daar zal niet meer zijn een zuigeling van weinig dagen, noch een oude man die zijn dagen niet vervuld heeft; want de jongeling zal sterven als honderd jaar oud, maar de zondaar, honderd jaar oud zijnde, zal vervloekt worden.

21

En zij zullen huizen bouwen en die bewonen; en zij zullen wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten.

22

Zij zullen niet bouwen, opdat een ander het bewoont; zij zullen niet planten, opdat een ander het eet; want als de dagen van een boom zullen de dagen van Mijn volk zijn, en Mijn uitverkorenen zullen lang genieten van het werk hunner handen.

23

Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren voor een vroegtijdige dood; want zij zijn het zaad der gezegenden des HEREN, en hun nakomelingen met hen.

24

En het zal geschieden dat voordat zij roepen, Ik antwoorden zal; en terwijl zij nog spreken, zal Ik horen.

25

De wolf en het lam zullen tezamen weiden, en de leeuw zal stro eten als de os; en stof zal de spijs van de slang zijn. Zij zullen geen kwaad doen noch verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, zegt de HEER.