Terug naar Jesaja 66
VSV
Statenvertaling

Jesaja 66:14

En als gij dit ziet, zal uw hart zich verblijden, en uw beenderen zullen bloeien als een kruid; en de hand des HEREN zal bekend worden aan Zijn knechten, maar Zijn toorn aan Zijn vijanden.

Kruisverwijzingen

Context

Jesaja 66 — omringende verzen

9

Zou Ik ter baring brengen en niet doen baren? zegt de HEER; zou Ik doen baren en de schoot sluiten? zegt uw God.

10

Verblijdt u met Jeruzalem en juicht over haar, allen die haar liefhebben; weest verblijd met haar, met grote blijdschap, allen die over haar treuren;

11

Opdat gij zuigt en verzadigd wordt aan de borsten harer vertroostingen; opdat gij melkt en u verlustigt in de overvloed harer heerlijkheid.

12

Want zo zegt de HEER: Zie, Ik zal de vrede tot haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der volken als een vlietende stroom; dan zult gij zuigen, gij zult gedragen worden op de zijde, en op de knieën gekoesterd worden.

13

Gelijk iemand dien zijn moeder troost, zo zal Ik u troosten; en gij zult getroost worden in Jeruzalem.

14

En als gij dit ziet, zal uw hart zich verblijden, en uw beenderen zullen bloeien als een kruid; en de hand des HEREN zal bekend worden aan Zijn knechten, maar Zijn toorn aan Zijn vijanden.

15

Want zie, de HEER zal komen met vuur, en Zijn wagens als een wervelwind, om Zijn toorn te voltrekken in grimmigheid, en Zijn bestraffing met vuurvlammen.

16

Want door vuur en door Zijn zwaard zal de HEER een rechtsgeding voeren met alle vlees; en de geslagenen des HEREN zullen vele zijn.

17

Zij die zichzelf heiligen en zichzelf reinigen in de hoven, achter één boom in het midden, die varkensvlees eten, en het gruwelijke, en de muis, zullen tezamen omkomen, zegt de HEER.

18

Want Ik ken hun werken en hun gedachten; het zal komen dat Ik alle volken en talen bijeenvergader; en zij zullen komen en Mijn heerlijkheid zien.

19

En Ik zal een teken onder hen stellen, en Ik zal van hen die ontkomen zijn uitzenden naar de volken, naar Tarsis, Pul en Lud, die de boog spannen, naar Tubal en Javan, naar de verre kustlanden die Mijn faam niet gehoord hebben, noch Mijn heerlijkheid gezien hebben; en zij zullen Mijn heerlijkheid verkondigen onder de volken.