Jesaja 8:14
“En Hij zal zijn tot een heiligdom, maar tot een steen des aanstoots en een rots der ergernis voor de beide huizen van Israël, tot een strik en een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 8 — omringende verzen
Verbindt u, o volken, maar gij zult verbrijzeld worden; en luistert, alle gij verre landen: rust u toe, maar gij zult verbrijzeld worden; rust u toe, maar gij zult verbrijzeld worden.
10Beraadslaagt te zamen, maar het zal ijdel zijn; spreekt het woord, maar het zal niet bestaan, want God is met ons.
11Want de HEER sprak aldus tot mij met een sterke hand, en Hij onderwees mij dat ik niet zou wandelen op de weg van dit volk, zeggende:
12Zegt niet: Een verbond! over alles waarvan dit volk zegt: Een verbond! en vreest hun vrees niet, en wordt niet verschrikt.
13Heiligt de HEER der heerscharen zelf; en laat Hem uw vrees zijn en laat Hem uw schrik zijn.
En Hij zal zijn tot een heiligdom, maar tot een steen des aanstoots en een rots der ergernis voor de beide huizen van Israël, tot een strik en een valstrik voor de inwoners van Jeruzalem.
En velen onder hen zullen struikelen en vallen, en gebroken worden, en verstrikt worden en gevangen worden.
16Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn discipelen.
17En ik zal wachten op de HEER, die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal op Hem hopen.
18Zie, ik en de kinderen die de HEER mij gegeven heeft zijn tot tekenen en wonderen in Israël, van de HEER der heerscharen, die woont op de berg Sion.
19En wanneer zij tot u zullen zeggen: Vraagt raad aan hen die geesten van overledenen hebben, en aan de waarzeggers die piepen en mompelen — zou een volk niet zijn God vragen? Zou men voor de levenden de doden raadplegen?