Jesaja 8:2
“En ik nam mij betrouwbare getuigen: Uria, de priester, en Zacharia, de zoon van Jeberechja.”
Kruisverwijzingen
Context
Jesaja 8 — omringende verzen
Voorts zei de HEER tot mij: Neem een grote rol en schrijf daarop met een gewone pen: Maher-Salal-Hash-Baz.
En ik nam mij betrouwbare getuigen: Uria, de priester, en Zacharia, de zoon van Jeberechja.
En ik ging tot de profetes; en zij ontving en baarde een zoon. Toen zei de HEER tot mij: Noem zijn naam Maher-Salal-Hash-Baz.
4Want voordat het kind weet te roepen: Mijn vader en mijn moeder, zal de rijkdom van Damascus en de buit van Samaria weggedragen worden voor de ogen van de koning van Assyrië.
5En de HEER sprak ook opnieuw tot mij, zeggende:
6Omdat dit volk de wateren van Siloah verwerpt, die zachtjes stromen, en juicht over Rezin en de zoon van Remalia,
7zie, daarom brengt de Heer over hen de sterke en geweldige wateren van de rivier op — de koning van Assyrië met al zijn heerlijkheid — en hij zal opkomen over al zijn bedingen en gaan over al zijn oevers.