VSV
StatenvertalingJob 11:1
“Toen antwoordde Zofar, de Naämatiet, en zeide,”
Kruisverwijzingen
Context
Job 11 — omringende verzen
1
2Toen antwoordde Zofar, de Naämatiet, en zeide,
Moet een vloed van woorden onbeantwoord blijven? En moet een man vol gebabbel vrijgesproken worden?
3Zullen uw leugens mensen het zwijgen opleggen? En wanneer u spot, zal niemand u dan beschamen?
4Want u hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in Uw ogen.
5Maar och, dat God zou spreken en Zijn lippen tegen u zou openen;
6En dat Hij u de geheimen der wijsheid zou tonen, dat zij dubbel zo groot zijn als wat is! Weet dan dat God van u minder eist dan uw ongerechtigheid verdient.