Job 12:10
“In wiens hand de ziel is van al wat leeft, en de adem van alle menselijk vlees.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 12 — omringende verzen
Hij die op het punt staat met zijn voeten uit te glijden, is als een verachte lamp in de gedachte van hem die op zijn gemak leeft.
6De tenten van rovers varen wel, en zij die God tarten zijn veilig; in wier hand God overvloedig brengt.
7Maar vraag toch de beesten, en zij zullen u onderwijzen; en de vogels des hemels, en zij zullen het u vertellen:
8Of spreek tot de aarde, en zij zal u onderwijzen; en de vissen der zee zullen het u verkondigen.
9Wie weet niet uit dit alles dat de hand van de HEER dit heeft gewrocht?
In wiens hand de ziel is van al wat leeft, en de adem van alle menselijk vlees.
Beproeft niet het oor de woorden? En proeft de mond zijn spijze?
12Bij de ouden is wijsheid, en in een lange reeks van dagen is verstand.
13Bij Hem is wijsheid en kracht, Hij heeft raad en verstand.
14Zie, Hij breekt af en het kan niet herbouwd worden; Hij sluit een man op en er kan geen opening zijn.
15Zie, Hij houdt de wateren tegen en zij drogen op; ook zendt Hij ze uit en zij keren de aarde om.