Job 13:6
“Hoort nu mijn redenering, en let op de pleidooien van mijn lippen.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 13 — omringende verzen
Zie, mijn oog heeft dit alles gezien, mijn oor heeft het gehoord en verstaan.
2Wat u weet, dat weet ik ook; ik ben u geenszins minder.
3Voorwaar, ik zou tot de Almachtige spreken, en ik verlang te redetwisten met God.
4Maar u bent verdichters van leugens; u bent allen kwakzalvers van geen waarde.
5Och, dat u geheel zweeg! Dan zou dat uw wijsheid zijn.
Hoort nu mijn redenering, en let op de pleidooien van mijn lippen.
Zult u onrechtvaardig spreken voor God? En bedrieglijk voor Hem redeneren?
8Zult u Zijn aangezicht aannemen? Zult u voor God twisten?
9Is het goed dat Hij u doorgrondt? Of zoals een mens een andere mens bespot, zult u zo ook Hem bespotten?
10Hij zal u zeker berispen, als u in het verborgene partijdig bent.
11Zal Zijn hoogheid u niet beangstigen? En zal Zijn schrik niet op u vallen?