Job 21:17
“Hoe dikwijls wordt de kaars der goddelozen uitgeblust! en hoe dikwijls komt hun verderf over hen! God deelt smarten uit in Zijn toorn.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 21 — omringende verzen
Zij nemen het tamboerijn en de harp, en verblijden zich bij het geluid van het orgel.
13Zij slijten hun dagen in welvaart, en dalen in een ogenblik neer in het graf.
14Daarom zeggen zij tot God: Wijk van ons; want wij begeren de kennis van Uw wegen niet.
15Wat is de Almachtige, dat wij Hem dienen? en wat voordeel zouden wij hebben, indien wij tot Hem bidden?
16Zie, hun welzijn is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.
Hoe dikwijls wordt de kaars der goddelozen uitgeblust! en hoe dikwijls komt hun verderf over hen! God deelt smarten uit in Zijn toorn.
Zij zijn als stoppels voor de wind, en als kaf dat de storm wegvoert.
19God bewaart zijn ongerechtigheid voor zijn kinderen: Hij vergeldt het hem, en hij zal het weten.
20Zijn ogen zullen zijn verderf zien, en hij zal drinken van de toorn des Almachtigen.
21Want wat behagen heeft hij in zijn huis na hem, wanneer het getal van zijn maanden wordt afgebroken in het midden?
22Zal iemand God kennis leren? Terwijl Hij oordeelt over de verhevenen.